Trots is niet genoeg

Wanneer is trots op z’n plaats, en wanneer zegt het eigenlijk te weinig? Wat als je als ouder iets anders voelt dan trots? In deze column vertel ik over mijn dochter en mijn zoon en reflecteer ik op de kracht van een woord dat in mijn beleving te weinig uitgesproken wordt: dankbaarheid.

De afgelopen maanden hoorde ik vaak: ‘Je zal wel trots zijn.’ En ik snap dat wel – het is een veelgebruikte reactie als iets bijzonders gebeurt. Maar steeds vaker vraag ik me af: wat bedoelen we eigenlijk als we dat zeggen? En klopt dat woord wel met wat ik voel?

Mijn dochter kwam met haar debuutroman plotseling in het middelpunt van de belangstelling te staan en haast in één klap op de shortlist van de libris literatuurprijs terecht. Wat een prestatie. Wat bijzonder. En dat is het absoluut.

‘Je zal wel trots zijn.’

Ik vind het moeilijk uit te leggen wanneer ik zeg dat trots de lading voor mij niet dekt. Ik vind het moeilijk uit te leggen dat ik moeite heb met het begrip ‘trots zijn.’

Naast mijn dochter heb ik ook een zoon. In 2019 zette hij een moedige stap: hij ging wonen bij een organisatie die beloofde hem te helpen af te rekenen met zijn drankverslaving. Drie jaar heeft hij daar gewoond. Ergens in het noorden van het land, ver van zijn familie, zijn vrienden, zijn vriendin. Tussendoor kwam ook corona waardoor hij en zijn medebewoners net als zoveel andere mensen afgesneden werden van de rest van de wereld. Geen bezoek, ook niet op bezoek. Zoveel keer belde hij me, wanhopig, gefrustreerd, huilend – ik ben de tel kwijtgeraakt. Uiteindelijk is hij tijdens die coronatijd 3 maanden naar huis gekomen – naar zijn moedertje, zoals hij zelf liefkozend kan zeggen – en hebben we samen de tuin gerenoveerd want bezig moest hij blijven. Na drie jaar was hij ‘clean’. Een enorme prestatie. Toen en nu nog heeft niemand ooit gezegd ‘wat zal jij trots zijn.’ Wel heel vaak ‘wat zal dat moeilijk zijn geweest.’

En ja, het was moeilijk. Vooral voor hem. Mijn zoon is door een hel gegaan. Als zijn moeder heb ik vooral alles gedaan om hem te steunen, er voor hem te zijn en te zorgen dat hij zich gehoord en gezien voelde. Dat was en is mijn taak. Inmiddels woont hij begeleid, een half uurtje treinen van mij. In april zijn hij en zijn vriendin een geregistreerd partnerschap aangegaan en er zijn plannen te gaan samenwonen. Alles stap voor stap. In zijn, in hun, eigen tempo. Ik vind dat fantastisch mooi.

En toch…

Blijkbaar is succes iets waar je trots op kunt zijn, maar herstel vooral iets dat je ‘moeilijk’ moet vinden. Waar mijn dochter applaus kreeg, kreeg mijn zoon stilte. Alsof zijn overwinning geen podium waard was.

We zijn trots op wat zichtbaar is, wat meetelt, wat je kunt opzoeken in de krant. Maar wat als de echte verdienste juist in het stille, het eenzame ligt?

Tegenwoordig antwoord ik bevestigend als men tegen mij zegt ‘wat zal jij trots zijn.’ Het is makkelijker dan uitleggen waarom dit voor mij de lading niet dekt.

Want ik ben niet trots.
Niet omdat het geen prestatie was.
Niet omdat ik niet geraakt ben.
Maar omdat trots niet genoeg is.

Ik ben dankbaar –
dat mijn kinderen bestaan,
dat ze hun weg vinden en gaan
en dat ik erbij mag zijn.

2 reacties

  1. Lydia

    Mooi beschreven. En waar ook.
    De omgeving reageert vanuit gewoontes met woorden die passend zijn bij een situatie. En die dekt mogelijk niet de lading. Wees zoals je voelt.
    Ik ben het beide. Dankbaar de moeder te mogen zijn van 2 jongens die met de nodige toestanden goed op de benen staan en fijne mensen zijn. En dat maakt me een trotse mama.

  2. Anandana

    Heel herkenbaar.
    En dan ook nog: als je zegt dankbaar te zijn de vraag krijgen aan wie je dan?
    Ja joh, ook een ongelovige kan dankbaarheid voelen. Gaat alleen niet op zijn knieën.
    🫂

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

© 2026 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Inhoud is beschermd!