De gemaakte toekomst

4598bafd1195ac9ff0ebdc85f407817fChristof geeft zijn vrouw een arm zodat ze haar rokken op kan tillen terwijl ze voorzichtig over de modder stapt. Ze kijkt nerveus om zich heen, gebaart naar Benjamin en zegt hem dat hij bij haar moet blijven. ‘Jij ook Eugenie, naast je vader blijven lopen.’
Ze kijkt Christof aan en hij moet een beetje lachen om haar gezicht. Haar neus krult terwijl ze haar afkeer probeert te verbergen.
‘Waarom zijn we hier Christof? Dit is geen plek voor …’
Ze zwijgt als ze de blik in zijn ogen ziet. Christof houdt van zijn vrouw, maar hij vindt het niet prettig dat ze het zo hoog in haar bol heeft. Ze hoeft haar zin niet af te maken, hij weet wat ze wil zeggen.
‘Dit is geen plek voor ons soort mensen.’
Iets waar hij zijn hele leven al tegen vecht. Dat hij in een vergulde wieg is geboren, wil niet zeggen dat hij beter of zelfs anders in dan de mensen die zich nu om hem heen bewegen. Het gewone volk zoals Josephine placht te zeggen. Hij tilt Eugenie op zijn nek en doet net of hij de afkeurende blik in de ogen van Josephine niet ziet.
‘Ontspan je, dit is leuk en je zegt zelf dat er te weinig te doen is in de stad. Of heb je liever dat ik weer naar het plezierhuis ga.’
Ze geeft hem een zacht tikje op zijn arm. Hij plaagt haar. Ze weet dat Christof niet naar het plezierhuis gaat, niet meer en ze is er blij om. Van wat ze van de dienstbode heeft gehoord is het daar nog erger dan hier. Mannen die drinken en spelen om geld. Vrouwen die zich te koop aan bieden. Normen en waarden die afgegooid worden bij de voordeur. Vermaak voor mannen. Niet voor haar Christof.
‘Ik ben het niet gewend, dat is alles. Het stinkt hier, alles is smerig en dan de kinderen …’
‘Het leven in de stad mijn lief. Een leven dat zoveel mensen leven. Wij hebben geluk gehad, het is goed om dat zo nu en dan te beseffen. Kijk kinderen, een dansende beer!’
Hij leidt zijn gezin door de menigte en Josephine doet haar best om niemand aan te raken. Groezelige kinderen met ongewassen gezichten. Vrouwen in grauwe vodden, mannen met een sigaret in de mondhoek en glimmende hoofddeksels. De vrolijkheid ziet ze niet.

Christof is gelukkig met het leven dat hij leidt, maar soms zou hij willen dat hij niet met een gouden lepel in zijn mond is geboren. Zijn bed was al gespreid voor hij kon kruipen. Het landgoed kwam in zijn bezit omdat hij de zoon van zijn vader is. De boerderijen erom heen ook. Het is een goed leven, maar heel soms zou hij willen dat hij niet het excuus van de kermis nodig heeft om zich onder deze mensen te begeven. Gewoon ook dienst draaien bij de schutterij en na een lange dag een pot bier en een pot kaarten in de herberg of het plezierhuis, net als zoveel andere mannen. Hij zou net zo gelukkig zijn.
Om hem heen klinkt vrolijke muziek en mensen dansen. Josephine snuift. Het simpele vermaak van de lagere klasse. Ze moppert dat ze de meid mee hadden moeten nemen, zij had op de kinderen kunnen letten.
‘De kinderen hebben een moeder Josephine en een vader. Meer hebben ze niet nodig.’
Zijn aandacht wordt getrokken door wapperende doeken in felle kleuren. Violet, oranje, rood. Vrolijke stemmen, gelach. Hij loopt er naar toe en ziet een kleine tent. Voor de tent zit een vrouw en voor een kort moment vergeet hij wie hij is als haar groene ogen hem recht aankijken. Josephine houdt geschokt haar adem in.
‘De frivoliteit … die vrouw!’

Een vrouw zoals hij nooit eerder heeft gezien. Hij begrijpt de reactie van Josephine. De vrouw draagt een kleurige jurk met lange rokken. Rokken die aan de zijkant omhooggehouden worden door smalle riempjes waardoor soms delen van haar benen zichtbaar zijn. Aan haar voeten heeft ze hoge, zwarte rijglaarzen. Het lijfje van de jurk zit strak om haar middel, zonder dat haar lichaam verstopt wordt onder de strakke baleinen die het modebeeld voor de vrouw bepalen. De aanzet van haar boezem is rond en weelderig. Het kost hem geen moeite zich te verbeelden hoe de rest er uit zou kunnen zien.
Wilde, rossige krullen vallen rond haar gezicht en over haar schouders. Josephine trekt aan zijn arm.
‘Kom Christof, dit is geen plek voor de kinderen, die vrouw …’
Hij kan zijn ogen niet van haar afhouden en het is of ze hem roept bij haar te komen.
‘Wacht …’
Hij laat Josephine los en loopt naar de kleurige tent en de kleurige vrouw. Met een kleine buiging neemt hij zijn hoed voor haar af.
‘Dag mejuffrouw, welke voorstelling heeft u weg te geven?’
Ze strijkt haar haren uit haar gezicht, het is een beweging die zijn hart sneller doet kloppen.
‘Ik geef niets weg heer, maar u kunt iets bij me kopen.’
‘Wat verkoopt u?’
‘Ik verkoop uw toekomst.’
Hij lacht. ‘En hoe ziet mijn toekomst eruit, als ik vragen mag?’
‘Dat zullen de kaarten vertellen heer.’
‘Wilt u mijn kaarten lezen juffrouw?’
Ze pakt zijn hand en er schiet een kleine schok via zijn arm naar zijn keel, waar het tintelend blijft hangen. Hij hoort de muziek niet meer, de stem van Josephine niet. De mensen om hem heen zijn verdwenen. Hij ziet alleen nog de kleurige vrouw. Haar vinger volgt de lijnen in zijn handpalm.
‘Een rijk verleden, een nog rijkere toekomst. U zult vele bruggen weten te leggen heer en er ook veel afbreken.
‘En de kaarten?’
‘Rond dit uur is de kermis voor kinderen. Hun toekomst ligt nog open, zij leven in het moment. Een lach en een spel. Kom vanavond terug als u wilt.’
‘Hoe mag ik u noemen juffrouw?’
‘Mijn naam is Belinda.’
Ze houdt zijn hand vast en kijkt hem even diep in de ogen. Als ze hem plotseling loslaat en in de tent van kleurige doeken verdwijnt, is het even alsof een felle kou bezit van hem neemt. Dan verschijnen de mensen om hem heen weer. De muziek is terug, zo ook de stem van Josephine.
‘Christof!?’
Hij draait zich om, pakt de hand van Benjamin en knikt naar Josephine.
‘Kom, dit was wel weer genoeg voor vandaag.’
‘Wie is die vrouw Christof. Wat wil ze van je?’
‘Een waarzegster Josephine. Volwassen kermisvermaak. Ze wil niets van me.’
Met grote passen beweegt hij zich door de mensen, langs een klein podium met acrobaten. De stem van de vrouw achtervolgt hem.
‘Kom vanavond terug …’
Haar woorden beloven een nog grotere toekomst.

De sfeer is veranderd nu de avond zich over de kermis heeft verspreidt. De stemmen zijn harder, de muziek wilder, de acts gewaagder en het is er nog drukker. Een deinende, bewegende massa van mannen en vrouwen. Lange rijen wachtende mensen voor de stoomcaroussel en de karimata.
Het doek van de kleurige tent is gesloten en in tegenstelling tot de rest van de kermis, is het er rustig. Christof aarzelt, kijkt om zich heen en schuift dan het doek aan de kant. Belinda zit op een bed van zachte kussens en glimlacht. Het is een glimlach die alle aarzeling uit zijn handelen duwt.
‘Dag Christof.’
Hij laat het doek achter zich vallen. ‘U weet mijn naam?’
‘Ik heb je hand gelezen. Kom zitten.’
Ze klopt naast zich op de kussen, staat op als hij voorzichtig plaats neemt.
‘Dus je wilt de toekomst weten Christof … ook als hij minder mooi is dan je hoopt?’
Hij volgt haar bewegingen door de kleine ruimte. Haar rokken strijken langs zijn benen en veroorzaken rillingen die doorlopen tot in zijn kruin.
‘Ik ben niet bang voor de toekomst.’
‘Misschien heb je daar ook geen reden toe.’
Ze steekt grote kaarsen aan en gooit het brandende stokje dat overblijft in een schotel waarin een kleine berg as ligt. Hij schrikt als er een vlam omhoog schiet en meteen wordt de ruimte gevuld met een aangename, zoete geur.
‘Wil je thee Christof?’

Met kleine slokjes nipt hij van het hete, kruidige vocht in de metalen beker. Zijn borst wordt langzaam warm en het gevoel spreidt zich uit naar zijn middel, zijn rug en schouders. Belinda gaat weer naast hem zitten. In haar handen een stapel kaarten met vreemde symbolen.
‘Wil je de kaarten schudden Christof?’
Hij schudt de kaarten drie keer, zoals ze hem opdraagt.
‘Leg ze op tafel …’
Haar stem is zangerig en vormt een zachte melodie in zijn hoofd. Een melodie die gevolgd wordt door de bewegingen van haar handen als ze één voor één de kaarten van de stapel haalt en ze voor zich op de lage tafel legt. Terwijl ze hem vertelt wat ze in de kaarten leest, volgen haar vingers de lijnen van zijn handen, zijn arm. De vorm van zijn schouders. Ze helpt hem uit zijn overjas, zijn boord, zijn hemd en haar woorden nemen hem dansend bij de hand.
‘Je toekomst is prachtig Christof en je zult de juiste keuzes maken.’
Nog een keer de metalen beker aan zijn lippen, het kruidige vocht in zijn mond. Haar haren glijden langs zijn gezicht, de onbedekte huid van haar boezem deint voor zijn ogen. Ze duwt hem achterover op de kussens, maakt zijn polsen en zijn enkels vast. Haar warme handen glijden over zijn lichaam. Dat van haar is zacht en rond. Zoals een vrouwenlichaam moet zijn. Hij schrikt maar even als ze de hete was uit de kaarsen over zijn naakte borst laat lopen. De hete tintelingen breiden zich uit naar zijn heupen. De wilde muziek uit de verte spat in zijn hoofd uit elkaar als ze haar warme lichaam voor hem opent en hem zijn toekomst toont. Haar ogen boren zich diep in de zijne en ze beweegt ritmisch met haar heupen. Langzaam, dan weer sneller. Hij voelt haar tanden, haar nagels, nog meer hete was en groeit in haar terwijl ze blijft bewegen. Haar handen liggen rond haar volle, naakte borsten, haar hoofd in haar nek. Ze fluistert woorden die in de kamers van zijn ziel worden geschreven.
‘Een prachtige toekomst Christof, vol kleur en weelde, vol muziek en dans. Jij en ik, onze zoon. Onze mooie, sterke zoon …’

De dagen die volgen zijn leeg door haar afwezigheid, de nachten vol van haar aanwezigheid. Hij brengt haar sieraden en mooie zijden stoffen in heldere kleuren voor de jurken die ze zo graag draagt. Zijn vrijgevigheid wordt beloond met een warmbloedigheid die hij nog niet eerder heeft ervaren en keer op keer opent ze haar lichaam voor hem. Keer op keer leegt hij zich in haar hete, bedwelmende schoot. Hij verzaakt zijn verantwoordelijkheden op het landgoed en naar de pachters van de boerderijen. Naar zijn gezin, zijn personeel. Hij merkt niet dat Josephine stiller wordt. Hij heeft niet door dat de bediende van de bank hem met argusogen bekijkt als hij weer een groot bedrag van zijn rekening opneemt. Hij leeft naar zijn momenten met Belinda. Hij leeft voor de muziek die ze in zijn hoofd plant en het bloed dat ze door zijn lichaam laat stromen. Het naderende vertrek van de kermis maakt dat hij zich met een nog grotere bezieling op haar stort en dat de cadeaus die hij voor haar meebrengt met de dag groter en duurder worden. De laatste nacht hangt hij een gouden ketting met groene edelstenen rond haar hals. De stenen hebben de kleur van haar ogen. Hij huilt als hij zich op haar stort en laat haar beloven dat ze op hem zal wachten. Haar lichaam is alleen voor hem.

Zijn dagen worden doelloos, zijn nachten leeg en koud. Hij klampt nieuwslezers aan om te vernemen in welke stad de kermis is neergestreken en reist achter haar aan. Zijn kamernier neemt hij mee en in vertrouwen. Wanneer hij de kermis en Belinda heeft gevonden dan stort hij zich op haar. Hij blijft bij haar tot ze hem wijst op zijn verplichtingen en weer terugstuurt naar zijn landgoed en zijn gezin. Hij vraagt een hoger krediet om zijn reizen te kunnen bekostigen en verkoopt één voor één de boerderijen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Hij gaat op zoek naar andere manieren om geld te verdienen, verhuist naar een kleiner landgoed en ontslaat de helft van het personeel. Voor de zoveelste keer houdt hij zijn hand op bij zijn oude grootmoeder die hem uiteindelijk wegstuurt met de boodschap dat hij zijn zaken op orde moet zien te krijgen. In de herberg raakt hij slaags met mannen die verhalen vertellen over de warmbloedige, rode waarzegster van de kermis. Hij heeft Belinda al weken niet gezien en heeft geen flauw idee waar de kermis is neergestreken. Nog éénmaal gaat hij naar zijn grootmoeder en in zijn wanhoop legt hij zijn handen rond haar magere, rimpelige nek. Hij wordt overmeesterd door de tuinman en meegenomen door de schutterij. Zijn nachten in de vochtige kille cel onder het stadhuis zijn donker en eenzaam.

Josephine bezoekt hem, vraagt wat er is gebeurd en waarom hij zo is afgegleden. Hij hoort haar niet. Voor zijn gezicht dansen de ogen van Belinda, haar stem klinkt als muziek in zijn hoofd. Hij zweet als hij denkt aan haar tent en mannen die haar misschien wel bezoeken. Mannen die haar weelderigheid zien en ervan willen proeven. De thee die ze schenkt, de geurige rook in haar tent.
Christof wacht op het geluid van ruisende rokken, op kleuren die zijn verblijf hier veraangenamen en hem zullen verwarmen.

Terwijl hij in het schemer kleding voor de armen verstelt, houdt hij zijn geest helder door in de gedachten de boerderijen langs te gaan. Samen met de boeren herstelt hij de hekken rond het vee. Met zijn boekhouder loopt hij het bezit na, de pacht die hij van de boeren ontvangt. Hij loopt geestdodende rondjes over de modderige binnenplaats en zijn gedachten brengen hem naar de oorden die hij met Belinda zal bezoeken. Wanneer Josephine bij hem komt en tot hem door probeert te dringen, denkt hij aan de zoon die hij Belinda wil geven.
‘Ik ga weg Christof, naar mijn ouders. De kinderen gaan met mij mee. Er is niets meer … Ik wil van je scheiden. Er is een man, hij wil voor me zorgen, voor mij en de kinderen.’
‘Heb je niets te zeggen.’
‘Ik kom niet meer terug.’
‘Je zult de kinderen niet meer zien.’
‘Ik ga nu Christof, het ga je goed.’
Hij heeft haar niet nodig. Hij heeft Belinda. Ze wacht op hem en als hij bij haar terugkomt zal het zijn zoals ze hem heeft beloofd. De toekomst die ze in zijn kaarten las. Prachtig en veelbelovend.

<->

De angst in de ogen van zijn grootmoeder raakt hem niet. Ze geeft hem het geld. Niet veel, genoeg om hem op weg te helpen, schone kleding, schoenen.
Te voet reist hij van stad tot stad. Hij helpt boeren op het land en verdient er wat stuivers mee, een maaltijd, een slaapplek en een verfrissend bad. Boerendochters lonken naar hem , ogen die hem uitdagen, zacht vlees dat hem uitnodigt, korten momenten die hem voor even verwarmen.
In herbergen hoort hij verhalen over de kermis die alweer verder is getrokken. Prijzen die zijn gewonnen met ganstrekken, katknuppelen. De kunsten van de acrobaten, de muziek.
Verhalen over een vrouw met haren als vuur doen hem de oren spitsen. Mannen lachen. Iemand noemt haar prachtig, een engel, een droom. Weer een ander noemt haar gevaarlijk. Bedwelmend. Christof vraagt en kijkt in dromerige of verontwaardigde ogen. Afhankelijk van de persoon die hem het verhaal vertelt.
‘Nog nooit een vrouw als zij gezien, wat ze kon met haar handen, met haar mond …’
‘Ze zuigt je leeg en laat je alles vergeten. Verstand weg, alles weg, een hoer, niet meer dan dat.’
‘Een engel, wat ze me vertelde … de wereld ligt aan mijn voeten. Ik ga bruggen bouwen en ze wacht op me.’
‘Word wakker man! Die vrouw is een bedriegster. Een heks! Mooie praatjes en een lekker lijf. Waarom zou ze op jou wachten.’
Er verschijnt een waas voor zijn ogen. Allemaal leugens. Zijn Belinda, zijn engel. Hij slaat om zich heen, kijkt niet wie hij raakt en waar. In de nacht slaat hij op de vlucht. De kermis achterna. Hij slaapt onder de beschutting van hoge bomen en verstopt zich voor de schutterij die hem komt zoeken.
Mensen zien hem als een bedelaar, een arme man. Hij wordt mager, zijn baard langer en wilder. Soms krijgt hij een warme maaltijd, vaker alleen een stuk oud brood en een slok water. Zijn voeten volgen de toekomst die de kaarten hem lieten zien. Een toekomst vol weelde, dans en muziek. Een zoon met koperkleurig haar.

Zijn hart bonst als hij de grote houten kruisen aan de stadspoorten ziet. De kermis is in de stad. Lachende gezichten, vrolijke stemmen en muziek. Lange rijen wachtende mensen bij de stoomcarrousel en de karimata. Een deinende menigte van dansende mannen en vrouwen. Uitgelaten gegil.
De kleurige tent valt op tussen de andere tenten en woonwagens. Het doek voor de is ingang gesloten, maar hij herkent de zoete geur en haar zangerige stem vol beloften. Zijn hart maakt een sprong.

Voorzichtig schuift hij het doek opzij. Flakkerend kaarslicht danst over haar ronde, blanke lichaam en in hem laait het verlangen op zich tegen haar naakte borsten te duwen en haar tepels in zijn mond te nemen. Hij bevriest in zijn bewegingen. Op het bed van kussens ligt een man, zijn polsen en enkels zitten vast. Belinda buigt over hem hen, laat haar borsten voor zijn gezicht schommelen. De man doet kreunende pogingen in haar vlees te happen. Hij haalt sissend adem als ze hete was over zijn borst laat lopen en schrijlings op hem gaat zitten. Haar prachtige lichaam danst en deint op een ritme dat alleen zij en de man kunnen horen. Hij probeert haar tegemoet te komen in haar bewegingen, dieper in haar vlees te stoten. Harde lust ontvouw zich voor de gekwetste ogen van Christof. Hij hoort dezelfde woorden die ze ooit in zijn oren fluisterde.
‘Een prachtige toekomst William, vol kleur en weelde. Vol muziek en dans. Jij en ik, onze zoon. Onze mooie, sterke zoon.’
De snik uit zijn borst laat zich niet tegenhouden en verstoort haar bewegingen. Haar groene ogen kijken hem verschrikt aan. Rond haar hals hangt de zware ketting die hij bij het afscheid aan haar gaf. Het bewijs van zijn toewijding.
‘Wat doet u hier! Maak dat u wegkomt!’

Christof vlucht naar de herberg en drinkt lauw bier en scherpe wijn. Hij hoort de verhalen over de kermis. De dansende beer, de muzikanten, de waarzegster. Hij praat met mannen die op het bed van kussens gelegen hebben. Zoete geuren en hete was, kruidige thee.
‘Bedwelmend … alsof je even iemand anders bent en mijn geld was weg toen ik weer bijkwam.’
Hard gelach, mannen die allemaal voor hetzelfde trucje vallen. Beloftes van een mooie toekomst, een warm lichaam, stoere verhalen.
‘…dan maar weg … mijn god, wat een vrouw. Daar kunnen veel vrouwen nog wat van leren.’
Christof vertelt niets over zijn verhaal en zoekt de mannen die door haar bedrogen zijn, die meer dan alleen geld hebben verloren. De verhalen zijn nagenoeg hetzelfde. Een belofte aan een gouden toekomst. Verbeten gezichten, harde ogen. Iemand slaat met zijn vuist op tafel.
‘Ik ben alles kwijt! Je hebt geen idee wie ik was!’
Ze beloofde ze alles. Weelde, muziek en dans, een sterke zoon. Een gemaakte toekomst. Ze bleven allemaal achter met niets. Christof fluistert.
‘Ze is een heks. De thee die ze ons laat drinken. Toverdrank. De kaarten, behekst. We zijn vervloekt. Ze heeft ons allemaal misleidt.’
In een vochtige, donkere kelder wordt het plan gesmeed. Christof zal het uitvoeren, maar ze zullen allemaal wraak nemen. Voor het eerst sinds weken voelt hij schoon water langs zijn lichaam. Een scherp mes verwijdert het haar op zijn gezicht. Hij krijgt schone kleding. Een hoge pantalon, een hoed, een pandjesjas.
Belinda zal hem herkennen. Ze zal weten dat hij haar leugens kent, haar mooie, zoete leugens.

Ze zit op het bed als hij binnenkomt, haar ogen groot als ze hem herkent.
‘Christof? Wat … jij zit in het cachot?’
Ze beweegt van hem weg, haar rokken ruisen, een stuk van haar bovenbeen komt tevoorschijn.
‘Niet bang zijn mijn lief. Ik ben teruggekomen en je hebt op me gewacht. Steek de kaarsen aan en vertel me nog eens over onze toekomst.’
Hij streelt haar, verwijdert haar sieraden en fluistert liefkozende woordjes. Hij voelt dat ze zich ontspant.
‘Ik heb je gemist Belinda, het is zo lang geleden, alleen de gedachten aan jou hielden me op de been. De gedachten aan onze zoon.’
Christof legt haar op het bed van kussens en maakt haar polsen en enkels vast, zoals ze lang geleden bij hem deed. Hij opent zijn pantalon en voelt het verlangen dat ze alweer in hem wakker maakt, nog steeds in hem wakker maakt. Ze kreunt zacht als hij de hete was over haar lichaam laat lopen en bovenop haar gaat liggen. Zijn heupen zoeken een weg tussen haar benen, stoten in haar zachte vlees. Ze schokt bij iedere beweging die hij maakt, gilt hoog als hij zijn tanden in haar borsten zet en zijn nagels in haar huid duwt. Hij fluistert in haar oor.
‘Een prachtige toekomst Belinda, alleen voor jou. Een hete toekomst, vol vuur en felle vlammen.’
Hij kijkt haar aan als hij in haar blijft bewegen en bijt in haar lip tot hij bloed proeft. Haar geluiden worden smekend, haar woorden sussend. Hij hoort ze niet, ziet alleen het groen van haar ogen en het koper van haar haren als hij blijft stoten, diep en verbeten. De kern van zijn lust groeit, schokt en loopt in haar leeg. Hij blijft op haar liggen tot zijn ademhaling weer kalm is en staat dan op.
‘De toekomst is niet te voorspellen mijn lief, maar die van jou is op dit moment zo helder en licht als de vlam van deze kaars.’
Hij kijkt haar aan, ziet haar angst en haar worsteling los te komen van het kleurige bed. Hij glimlacht en voelt zich plotseling bevrijd van de ketens waarmee ze hem ooit aan hetzelfde bed vastlegde. Hij negeert haar roepen als hij het doek van de tent opent en de andere mannen toegang tot haar geeft. Om beurten storten ze zich op de vrouw die hen misleidt heeft. Haar kreten gaan over in huilen en het huilen in jammeren tot ze alleen nog maar tevergeefs spartelt terwijl de mannen zich allemaal nog een laatste keer in haar legen. Alle mannen die ze bedonderd heeft. Het trucje dat ze keer op keer heeft opgevoerd. Met samengeknepen ogen ziet hij het bedrogen genot in haar leeglopen. Haar lichaam is besmeurd, kapot en stil als de laatste man zijn broek weer ophijst en de tent verlaat.
Christof buigt zich over haar heen, hij houdt de kaars dicht bij haar gezicht. Het groen van haar ogen is dof en leeg. De weelderige toekomst is verdwenen. Ze snikt als hij een zoen op haar voorhoofd drukt.
‘Zorg goed voor onze zonen mijn lief.’
Met die woorden gooit hij de kaars in het bed, met een ander steekt hij het doek van de tent aan. Kleine vlammen groeien razendsnel. Een zee van vuur verschijnt rond het worstelende lichaam van Belinda. Hij pakt haar juwelenkist, sluit het doek van de tent achter zich en voegt zich bij de andere mannen.
‘Het vuur brandt, we zullen snel genoeg weten of ze echt een heks is.’
Heksen branden niet. Het zijn de hoeren en bedriegsters die vlam vatten, maar heksen branden niet.

‘Mejuffrouw …?’
Belinda knippert met haar ogen, kijkt in die van hem en leest het verlangen en zijn nieuwsgierigheid.
‘Mijn excuses, wat zegt u?’
‘De kaarten, wat vertellen de kaarten?’
Ze herstelt zich, wrijft even over haar armen.
‘U heeft uw toekomst zelf in de hand mijn heer. Zolang u doet wat juist is, en waar uw hart ligt.’
Ze staat op, blaast de kaarsen uit.
‘Dat is dan vijf stuivers mijn heer.’
‘Vijf stuivers voor een toekomst die ik zelf ook had kunnen voorspellen?’
‘Vijf stuivers voor mijn gezelschap en de thee mijn heer. Als u meer wilt, moet u meer betalen.’
Christof kijkt haar even aan, staat dan abrupt op. Belinda doet een stapje achteruit als hij met felle ogen voor haar staat en de munten in haar handen duwt.’
‘Je bent een bedriegster, een hoer. Die hebben wie hier in de stad al genoeg.’
Ze houdt het doek van de tent voor hem open en kijkt hem na als hij met grote stappen verdwijnt. Weer wrijft ze langs haar armen. Haar lichaam voelt beurs en haar huid gloeit als ze denkt aan alle mannen die op haar lagen, aan de vlammen om haar heen. De hete toppen werden groter en likten aan haar huid. Ze kan de felle pijn nog voelen toen het vuur zich over haar heen stortte.

Belinda laat het doek van de tent vallen en gaat op haar kleurige bed van kussens liggen. De kaarten hebben nog nooit tegen haar gelogen.

3 reacties

  1. Sandra

    Dank jullie wel 🙂

  2. Thislexy

    Prachtig verhaal. Net als luckyman zegt, in een rap tempo geschreven. De termen die je gebruikt helpen prima om in de sfeer van die tijd te geraken. Hier en daar zou ik zelf een zin een tikkeltje anders geformuleerd hebben, maar verder niets dan lof.

  3. luckyman

    Mooi verhaal, in een weergaloos hoog tempo verteld. Als lezer wordt je, net als de hoofdpersoon, een duistere trechter ingezogen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2022 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Inhoud is beschermd!
%d bloggers liken dit: